image

image
image
image

image


Verpakkingsconvenant STORL

  1. Het Verpakkingenconvenant
  2. Stichting Opruiming Restanten Landbouwbestrijdingsmiddelen (STORL)
  3. Verordening reiniging verpakkingen gewasbeschermingsmiddelen
  4. Bedrijfsafval en klein gevaarlijk afval
  5. Tenslotte

Het Verpakkingenconvenant gaat uit van de gedachte dat alle partijen medeverantwoordelijk zijn voor het probleem van resten en gebruikte verpakkingen van gewasbeschermingsmiddelen. De belangrijkste onderdelen worden hieronder toegelicht.

1. Het Verpakkingenconvenant
Het convenant werd eind 1988 door de overheid (ministeries van VROM, LNV, SZW en WVC (nu VWS)) en het bedrijfsleven (toelatinghouders/fabrikanten, handelaren en het landbouwbedrijfsleven) ondertekend. Na de ondertekening zijn alsnog enkele toelatinghouders toegetreden tot het convenant. Het convenant wordt dus door zo goed als alle betrokkenen onderschreven.

Een van de onderdelen van het convenant is dat toelatinghouders die het convenant hebben ondertekend het STORL-vignet (=geregistreerde beeldmerk van de Stichting Opruiming Restanten Landbouwbestrijdingsmiddelen) op de verpakking mogen voeren. Dit beeldmerk mag niet worden gevoerd door fabrikanten en toelatinghouders die het convenant niet hebben ondertekend.

boven

Verwijderingszinnen
De toelatinghouders die het convenant hebben ondertekend, zijn verplicht één van de volgende 'verwijderingszinnen' op de verpakking te vermelden. Deze zinnen geven aan wat een gebruiker met de verpakking moet doen:

  • Deze verpakking is bedrijfsafval, mits deze is schoongespoeld, zoals wettelijk is voorgeschreven.
  • Deze verpakking is bedrijfsafval, nadat deze volledig is geleegd.
  • Deze verpakking dient nadat deze volledig is geleegd te worden ingeleverd bij een KCA-depot. Informeer bij uw gemeente.

Of te wel:

  • Leegmaken, spoelen, bedrijfsafval.
  • Leegmaken, bedrijfsafval.
  • Leegmaken, klein gevaarlijk afval (voorheen klein chemisch afval).

De meeste verpakkingen moeten worden schoongespoeld. Toch zijn er ook (verpakkingen of formuleringen van) gewasbeschermingsmiddelen waarbij dit niet kan of mag, zoals bijvoorbeeld gewasbeschermingsmiddelen die niet worden vermengd met water (granulaten en stuifpoeders).
Lege verpakkingen van gewasbeschermingsmiddelen waarbij een doodshoofd op het etiket is vermeld, vallen te allen tijde onder de categorie 'klein gevaarlijk afval'.

boven

Verplicht spoelen
In het Convenant is verder afgesproken dat het landbouwbedrijfsleven een verordening vaststelt die gebruikers van gewasbeschermingsmiddelen verplicht direct na het leegmaken van de verpakking deze te spoelen met voorgeschreven apparatuur. Om het schoonspoelen praktisch mogelijk te maken, is overeengekomen dat toelatinghouders de formuleringen van gewasbeschermingsmiddelen en/of de verpakkingen hiervoor aanpassen. Zie tevens paragraaf 3.

Inleveren
Resten van gewasbeschermingsmiddelen dienen op de eerste plaats zo veel mogelijk te worden voorkomen. Aangebroken verpakkingen kunnen in het kader van het convenant worden ingeleverd bij een KCA-depot (Klein Chemisch Afval).

De handelaar die het gewasbeschermingsmiddel heeft verkocht, is verplicht onaangebroken verpakkingen zonder verplichte creditering terug te nemen van de gebruiker. Deze afspraken hebben overigens geen gevolgen voor de bestaande retourregeling voor vaten van vloeibare grondontsmettingsmiddelen.

Voorlichting
De toelatinghouders/fabrikanten, de handelaren en het landbouwbedrijfsleven moeten actief voorlichting geven over de wijze van verwijdering van de resten en lege verpakkingen. De rijksoverheid heeft aangegeven daar waar noodzakelijk, met name naar lagere overheden en andere overheidsinstellingen toe, bekendheid te geven aan de afspraken en de invoering daarvan in de praktijk mede te stimuleren.

Het convenant geldt voor onbepaalde tijd met een opzegtermijn van 1 jaar.

boven

2. Stichting Opruiming Restanten Landbouwbestrijdingsmiddelen (STORL)
De kosten die KCA-depots maken voor de afvoer en vernietiging van resten en verpakkingen van gewasbeschermingsmiddelen met een STORL-vignet kunnen door gemeenten of intergemeentelijke samenwerkingsverbanden in rekening worden gebracht bij de STORL (secretaris mr. R. van Diepen, tel.: 070-3589331). Deze declaratie moet worden ingediend:

  • binnen drie maanden na afloop van het kalenderjaar;
  • op basis van de originele STORL-formulieren.

Het bestuur van de STORL ziet hier nauwlettend op toe.

Met nadruk wordt erop gewezen dat de STORL om controle-technische redenen alleen vergoedingen uitkeert aan gemeenten of intergemeentelijke samenwerkingsverbanden. De financiële middelen van de STORL zijn afkomstig van de toelatinghouders. De huidige vergoeding (jaar: 2007) bedraagt € 1,93 per kg (incl. verpakking). Jaarlijks wordt 35.000-40.000 kg resten en niet-spoelbare verpakkingen bij de STORL gedeclareerd.

boven

3. Verordening reiniging verpakkingen gewasbeschermingsmiddelen
In het Convenant is overeengekomen dat het landbouwbedrijfsleven een verordening vaststelt die gebruikers van gewasbeschermingsmiddelen verplicht verpakkingen (waarop dit als zodanig is aangegeven) direct na het leegmaken ervan te spoelen met voorgeschreven apparatuur. Het tijdelijk opslaan van lege verpakkingen die moeten worden gespoeld, is niet toegestaan; ook niet als deze lege verpakkingen in de gewasbeschermingsmiddelenkast of -opslag worden bewaard.
De verordening is opgesteld door het Landbouwschap en vervolgens overgenomen door het Productschap Tuinbouw en het Hoofdproductschap Akkerbouw (Verordening PT reiniging verpakkingen gewasbeschermingsmiddelen 1997 resp. Verordening HPA Reiniging Verpakkingen Gewasbeschermingsmiddelen 2003).

Verplicht of vrijwillig
Zo nu en dan komt de opmerking dat het niet verplicht is om lege verpakkingen te spoelen, omdat het hier slechts gaat om een onderdeel uit een convenant. Dat is niet juist. In het convenant is afgesproken dat het landbouwbedrijfsleven een verordening maakt. De uiteindelijke Verordening reiniging verpakkingen gewasbeschermingsmiddelen heeft een zelfde rechtskracht als alle andere verordeningen van de productschappen en wordt ook als zodanig door de Algemene Inspectiedienst (AID) gecontroleerd.

boven

Spoelinrichting
De verordening is tot stand gekomen op basis van een onderzoek van het IMAG in Wageningen. De algemene conclusie van dit onderzoek was dat alle onderzochte verpakkingen met de ontwikkelde apparatuur in een spoeltijd van 20 seconden en een druk van 3 bar zijn schoon te spoelen. Hierbij wordt voldaan aan de eisen in het kader van de Wet Chemische Afvalstoffen.
Bovendien werd in het rapport geconcludeerd dat er nog enkele gunstige neveneffecten waren, zoals het niet optreden van stuifeffecten of het belangrijk beperken daarvan. Verder kan het fust na het spoelen veilig worden gehanteerd.
Het is niet juist als gesteld wordt dat op iedere spuitmachine een spoelinrichting aanwezig dient te zijn. De verordening schrijft namelijk alleen voor dat de verpakking 'onmiddellijk en aansluitend op de lediging ervan in de spuitapparatuur' gereinigd dient te worden met daarvoor voorgeschreven apparatuur.

De constructie van de apparatuur is nauwkeurig omschreven in de verordening. Als wordt afgeweken van de gestelde maten in de verordening is een typekeuring van de apparatuur noodzakelijk. Deze typekeuring wordt uitgevoerd door het IMAG te Wageningen. De gebruiker van de spoelapparatuur mag er vanuit gaan dat als hij gedurende 30 seconden spoelt, niet meer dan 0,01% van het oorspronkelijke gewicht van de inhoud overblijft op de verpakking.

Gespoelde verpakkingen dienen te worden aangemerkt als bedrijfsafval. In paragraaf 4 wordt hier nader op in gegaan.

boven

4. Bedrijfsafval en klein chemisch afval
Op basis van het convenant worden in sommige gevallen lege verpakkingen van gewasbeschermingsmiddelen aangemerkt als bedrijfsafval of als klein chemisch afval. De Afvalstoffenwet verplicht gemeenten niet te zorgen voor het afvoeren van bedrijfsafval (géén 'zorgplicht'). Gemeenten hebben deze plicht wel voor huishoudelijk afval. De verantwoordelijkheid voor het afvoeren van bedrijfsafval ligt dus in principe bij het bedrijf of de agrarisch ondernemer zelf. In de praktijk blijkt dat sommige gemeenten gespoelde verpakkingen accepteren tussen het normale afval en dat andere gemeenten de agrarische ondernemer doorverwijst naar een commerciële ophaaldienst voor bedrijfsafval.

Een lege verpakking die wordt aangemerkt als 'chemisch afval', moet worden ingeleverd bij het KCA-depot van de gemeente. Hier kan zich echter een probleem voordoen. Niet alle gemeentelijk depots hebben een vergunning op basis van de Wet Milieubeheer. Formeel mogen ze dan geen verpakkingen (bedrijfs-KCA) innemen. In overleg met de gemeente moet dan een voor partijen bevredigende oplossing worden gezocht.
Nogmaals wordt er op gewezen dat de STORL slechts vergoedingen uitkeert aan gemeenten of intergemeentelijke samenwerkingsverbanden.

Door het voorkómen van drempels kan het inleveren van gewasbeschermingsmiddelen en niet-spoelbare verpakkingen bij het KCA-depot toenemen en daarmee het milieu (verder) worden ontzien. Alle betrokkenen zouden er derhalve naar moeten streven dat het inleveren voor de agrarisch ondernemer kosteloos is. De STORL voorziet hiertoe immers in een vergoedingsregeling. Maar ook plaatselijke organisaties van agrarische ondernemers en gemeenten kunnen het inleveren door bijvoorbeeld gerichte voorlichting bevorderen.

boven

5. Tenslotte

Andere opties
Als gevolg van het beschikbaar komen van gespoelde verpakkingen van gewasbeschermingsmiddelen wordt zo nu en dan ook gesproken over een statiegeldregeling. Aan zo'n regeling kleven echter talrijke bezwaren (zoals kosten, gezondheidsrisico's, administratieve lasten, verboden in het kader van de Bestrijdingsmiddelenwet).
Ook hergebruik van verpakkingen behoort voorshands niet tot de oplossingen. Bij een proef begin jaren tachtig is gebleken dat bij het versnipperen van gewasbeschermingsmiddelenfust de typische gewasbeschermingsmiddelengeur aan en in het geshredderde materiaal aanwezig blijft. Ook geven de verschillende kunststofsoorten van dergelijk fust bij recyclen problemen. De aandacht van de verwerkers gaat meer uit naar uniforme soorten kunststofafval zonder geur en/of mogelijke verontreiniging met gewasbeschermingsmiddelen.

Betrokkenheid VNG
De rijksoverheid heeft de uitvoering van het afvalstoffenbeleid gedecentraliseerd naar provincies en gemeenten. Met betrekking tot het Convenant wordt derhalve een grotere betrokkenheid van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), alsook het Interprovinciaal Overlegorgaan (IPO) nagestreefd. Vóór de ondertekening van het Convenant zijn dan ook gesprekken gevoerd met de VNG over eventuele ondertekening. De VNG gaf echter aan dat zij haar leden (de gemeenten) niet kan binden en derhalve het Convenant niet kan ondertekenen.

Resultaten
Na ondertekening van het Convenant gingen telers gericht vragen naar verpakkingen mét STORL-vignet. Dit leidde ertoe dat na ondertekening van het Convenant enkele toelatinghouders zich alsnog aansloten.

Een ander bijzonder aspect van het Convenant is het hierboven reeds genoemde punt dat de productschapverordening onderdeel is van het akkoord. In tegenstelling tot het vrijwillige karakter van afspraken in het kader van een convenant, is het spoelen van verpakkingen dus niet vrijwillig.

Het Convenant inzake resten en gebruikte verpakkingen van gewasbeschermingsmiddelen is succesvol. Tot op heden (1988-2006) is meer dan 900 ton resten en niet spoelbare verpakkingen ingeleverd bij de diverse KCA-depots en gedeclareerd bij de STORL. Diffuse verontreiniging via verpakkingen van en resten van gewasbeschermingsmiddelen is daarmee een halt toegeroepen.


boven




image